Acupunctuur is een behandelmethode die deel uitmaakt van de eeuwen oude Chinese geneeswijze. Het uitgangspunt in de Chinese geneeswijze zijn de wetten van de natuur. Door de eeuwen heen heeft dit zich vertaald in grofweg drie theorieën: Yin-Yang, de 5 elementen en het Qi.

Yin-Yang is de oudste theorie van de Chinese geneeskunde. Het Yin en Yang vertegenwoordigen het tegenovergestelde, maar zijn ook aanvullende kwaliteiten van elkaar. Yin bevat het zaadje van Yang, zodat deze zich kan transformeren in Yang en andersom. Yin is vrouwelijke energie en stroomt in de mens van boven naar beneden, richting aarde. Yang is mannelijke energie, deze stroomt tegengesteld aan de Yin-energie: van onderen naar boven, richting hemel. In de meest ideale situatie zullen Yin en Yang met elkaar in evenwicht zijn; al stromend passen ze zich aan, aan alles wat er met ons, en om ons heen gebeurt. Wanneer dit evenwicht op welke manier dan ook wordt verstoord, kunnen er ziekten en pijnklachten ontstaan.

Het concept van het Qi staat het meest centraal in het Chinees medisch denken. In alle dingen op aarde is Qi, ofwel levensenergie aanwezig. Zo ook in het menselijk lichaam. Deze levensenergie stroomt door het lichaam in energiebanen: de meridianen. De menselijke fysiologie is gebaseerd op de transformatie van Qi.  Wanneer het Qi overvloedig is, is er gezondheid, wanneer het Qi zwak is, is er ziekte; als het Qi in evenwicht is, is er rust, als het in de verkeerde richting circuleert is er ziekte.

Door middel van acupunctuur – het plaatsen van naaldjes op bepaalde punten op de meridianen – wordt het lichaam zelf gestimuleerd om  het verloren gegane evenwicht te herstellen.